Wet die joden het recht verleent zich in Israël te vestigen.

 

  • De wet geldt voor alle jodenop de wereld.
  • De term terugkeer verwijst naar het Heilige Land uit de Bijbel. De meeste joden die ‘terugkeren’ zijn nooit in Israël geweest of hebben er nooit gewoond.
  • Alle jodendie aanspraak op de wet maken kunnen de nationaliteit van de nieuwe staat verkrijgen.
  • Het bijzondere eraan is dat zij toegang tot een staat verleent op basis van religieuze overtuigingen. 
  • De wet wordt in 1950 aangenomen door de Knesset. Dit gebeurt volgens de joodse kalender op 20 Tammuz 5710.
  • Met de wet wil men een oplossing bieden voor het joodse probleem. jodenbevinden zich op dat moment in de diaspora en hebben als gevolg van de Tweede Wereldoorlog familie en vrienden verloren. Duitse joden en joden uit de bezette gebieden hebben hun land moeten ontvluchten om elders opnieuw te beginnen. De wet biedt deze personen een thuisland.
  • Volgens de wet kan iedereen die joods is aanspraak maken op een immigratievergunning, behalve degenen die tegen het joodse volk handelen en degenen die de openbare gezondheid en staatsveiligheid in gevaar brengen.
  • De minister van immigratieis verantwoordelijk voor het afgeven van immigratievergunningen.
  • Inwoners van de voormalige Sovjet-Uniegrijpen de Wet op de Terugkeer vaak aan als kans om aan de armoede in hun land te ontvluchten en zich in Israël te vestigen.
  • Volgens sommige bronnen zijn er zo’n 300.000 Russische joden, die niet joods van geboorte zijn, in het land. Zij worden op grond van de wet als joods erkend, maar de religieuze elite in het land erkent ze niet als zodanig. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat ze niet kunnen trouwen.
  • In de Wet op de Terugkeer wordt niets geregeld voor niet-joden zoals de Palestijnendie op Israëlisch grondgebied wonen.
  • Tegenstanders zien de wet daarom als een vorm van discriminatie. Zij menen dat de wet in strijd is met het principe van democratie. Israëlclaimt een democratie te zijn.
  • Voorstanders menen dat privileges voor een bepaalde groep, de jodenin dit geval, niet per definitie discriminatie van een andere groep met zich meebrengt. Zij stellen dat Israël voor andere groepen gelijksoortige immigratiewetten hanteert als bijvoorbeeld de westerse democratieën.
  • Dat het doel van de wet is een overwegend joodse samenleving op te bouwen, beschouwen voorstanders van de wet als rechtvaardig. De jodenzijn immers eeuwenlang vervolgd op verschillende plaatsen in de wereld.
  • Volgens het internationale recht hebben vluchtelingen altijd het recht om terug te keren naar hun thuisland. Dat zou betekenen dat de miljoenen Palestijnse vluchtelingenterug moeten kunnen naar hun grond. 
  • De positie van de honderdduizenden uit Arabische landen gevluchte joden(1947-1950) wordt er onmogelijk door: ook hun wordt terugkeer naar hun Arabische land van oorsprong onmogelijk gemaakt.
  • Omdat Israëlgeen grondwet heeft wordt het recht op de Israëlische nationaliteit voor niet-joden geregeld in een andere wet, die in 1952 werd aangenomen.
  • Zij moeten de Palestijnse nationaliteit gehad hebben voor 1948.
  • Ze moeten bewijzen dat ze op het moment dat over de wet werd gestemd ingeschreven waren in de bevolkingsregisters.
  • Op de datum dat de wet werd uitgevaardigd moeten zij in Israëlzijn geweest. Dit moet bewezen worden.
  • Ook moet bewezen worden dat zij constant op hun verblijfplaats geweest zijn tussen de dag van de stichting van de Israëlische staat en het uitroepen van de wet.

 

Beoordeel dit artikel

Gerelateerde Berichten