1942

Schip dat gebruikt wordt voor
Joodse ‘illegale’ emigratie naar Palestina
tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Wordt voor de kust van Turkije tot zinken gebracht.
Een van de grootste maritieme rampen in WO2.

 

Joodse vluchtelingen uit Roemenië proberen met de Struma (spreek uit Stroema) Europa, dat op dat moment beheerst wordt door de nazi’s, te verlaten en Palestina binnen te komen. De immigratie in Palestina van Joden is door het Britse witboek van 1939 beperkt tot 15.000 joden per jaar.
De Struma is afkomstig uit Macedonië en komt in 1941 in handen van Roemeense zionisten. Tien bemanningsleden en 769 Joodse vluchtelingen gaan aan boord. Het vertrekt op 12 december 1941 en komt op 16 december aan in Istanbul voor reparatie. De motor valt bij herhaling uit.
De Britten weigeren het schip en de opvarenden toegang tot Palestina te verlenen. Roemenië weigert het schip terug te nemen. Ook de Turkse autoriteiten weigeren de vluchtelingen onderdak te verlenen. Arabieren, Duitsers en Britten zetten de Turkse regering onder druk om Joden geen asiel te verlenen. Een paar passagiers, onder wie een zwangere vrouw, mogen van boord. De condities aan boord verslechteren: er is geen schoon water aanwezig en weinig voedsel.

Op 23 februari 1942 stuurt de Turkse politie het schip terug de Zwarte Zee op. Een dag later vuurt een Russische onderzeeboot een torpedo op de Struma af en het schip zinkt. Vermoed wordt dat sprake is geweest van samenwerking tussen de Britse, Turkse en Russische overheid, maar de kwestie is nooit opgehelderd. In totaal komen 406 mannen om het leven, 269 vrouwen en 103 kinderen. Alleen een 19-jarige jongeman, David Stoliar, overleeft de ramp. Hij weet uiteindelijk Palestina te bereiken.

 

Beoordeel dit artikel

Gerelateerde Berichten