Samenvatting van het conflict Israël – Palestina (of Arabisch – Israëlisch conflict)

bij de afbeelding: Het oorspronkelijke mandaat dat de Volkenbond aan de Britten overdroeg omvatte zowel het huidige Israël als het Jordanië van vandaag (met dank overgenomen van eczp.blogspot.nl). Op internet wordt deze kaart in diverse uitvoeringen gepresenteerd (zie ook o.m.: Brits Mandaat). Israëlcritici beschouwen de zin ”Oorspronkelijk aan de Joden toegewezen gebied” als zionistische propaganda. Het hele gebied was volgens de Britse mandataris en de Volkenbond aangewezen als ”Joods Nationaal Tehuis”, echter met als voorwaarde dat de belangen van de er al gevestigde inwoners (zowel Arabieren als Joden) niet zouden worden geschaad. (Zie o.m. Balfourverklaring)

Vrede binnen handbereik – als beide partijen maar willen? Splinternieuw volk tegen oeroud broedervolk? Zijn de Palestijnen de dupe van de schandelijke behandeling die Joden eeuwenlang in Europa hebben ondergaan? Is in de Joodse staat geen ruimte voor Arabieren? Een samenvatting: allerlei aspecten van het Israël-Palestinaconflict op een rijtje.

Vrede binnen handbereik?

Amos Oz

Amos Oz

Over het algemeen zien commentatoren het conflict als hopeloos en onoplosbaar. Sommige insiders denken daar anders over. Neem Amos Oz, een bekende Joodse schrijver van romans – en artikelen over het conflict.  “Vrede komt er pas als beide kampen genoeg hebben van het conflict. Net zoals ruzies tussen man en vrouw. Problemen worden niet opgelost, ze verdwijnen door vermoeidheid en uitputting.”  (Bron)

Amos Oz, prijswinnend Israëlisch schrijver. Niet iedereen is het met zijn ideeën over het conflict eens. Naast instemming is er – ook in eigen land – felle oppositie tegen zijn visie.

Waar gaat het over?

Op het eerste gezicht is het conflict een simpele ruzie om land. De ‘oorspronkelijke’ Arabische inwoners van Palestina willen de Joodse nieuwkomers, de zionisten, er niet bij. Geïmmigreerde, maar ook de grote aantallen ‘autochtone’ Joden willen hun Bijbelshistorische land bewonen – al dan niet samen met de eveneens deels geïmmigreerde en deels ‘autochtone’ Palestijnse Arabieren erbij. Er komt dus direct vrede als de nieuwkomer, de staat Israël, de sinds 1967 bezette (of betwiste) gebieden ontruimt en ‘teruggeeft’ aan de Palestijnse Arabieren.

Deze voorstelling van zaken is te eenvoudig, want geeft geen afdoende verklaring voor de diepgewortelde wederzijdse haat. Conflicten over stukjes land ter grootte van een Nederlandse provincie (of groter) hebben op onze aarde overal en altijd gewoed. Ook vandaag hebben tientallen landen burenruzie over stukjes land.

Moderne machtsblokken, met hun militaire en politieke systemen, lijken het probleem niet tot een oplossing te kunnen of willen brengen. Juist in dit conflict spelen enorme militaire, religieuze, economische en politieke belangen. Een inventarisatie levert een lange rij conflictpunten op, met een financiële, politieke, militaire maar vooral religieuze achtergrond. Tot slot zijn er dan nog de dagelijkse omgangskwesties tussen ‘militanten’ (terroristen of vredesvechters?) en ‘onschuldige burgers’.

Eigendomsrecht

Rond het conflict heeft zich een enorme propagandastrijd ontwikkeld. Een boeiende juridisch aspect is de vraag  wie vóór 1948 (Onafhankelijkheidsoorlog) of 1967 (Zesdaagse oorlog) de feitelijke eigenaar van het land was. Was Palestina werkelijk oorspronkelijk eigendom van ‘de Arabieren’ of ‘de islam’? Kan een religie recht doen gelden op land? Was al het land het persoonlijk eigendom van Palestijns/Arabische eigenaars? Of was het deels eigendom van buitenlandse, d.w.z. Syrische, Libanese, Egyptische of zelfs Iraakse grootgrondbezitters? En hoe en wanneer hadden die eigenaars het land in hun bezit gekregen? Werden kavels en transacties kadastraal beschreven, was er een wet die particulier eigendom beschermde en hoe werd de wet gehandhaafd? Van wie was braakliggend land, dat geen met naam genoemde eigenaar had? Hoeveel grond is door Joodse organisaties aangekocht? Hoeveel Joodse families waren al eeuwenlang in het gebied gevestigd – en hoeveel Arabische? Hoe zit het met de verhouding tussen emigranten van beide kanten en de er vanouds gevestigden (‘allochtonen’ versus ‘autochtonen’)? Arabische bronnen erkennen immers dat veel Arabieren uit omliggende landen op de door Joden gecreëerde welvaar en werkgelegenheid afkwamen? Had de V.N. wel het recht het land te verdelen? Het onderwerp is omstreden en de visies erop lopen uiteen. Gezaghebbende juristen verklaren dat de hele zionistische onderneming – inclusief de ‘bezette gebieden’ – illegaal is en een overtreding van het internationaal recht. Minstens zo gezaghebbende collega’s betwisten die visie en komen met een juridische onderbouwing die nauwelijks wordt tegengesproken of met steekhoudende argumenten weerlegd.

Wanneer is het begonnen?

Op de vraag wanneer het conflict precies is ontstaan zijn veel antwoorden mogelijk. Voor mensen die het conflict vanuit religieus perspectief willen bekijken ligt de kern al bij de raadselachtige Bijbelfiguur Abraham en zijn zoons Ismaël en Izaak. Anderen zien de antieke oorlogen tussen Filistijnen en Israëlieten als startpunt.

Filistijnen

De Filistijnen. Deze fanatieke tegenstanders van het bijbelse volk Israël zouden over van ijzer gemaakte wapens hebben beschikt – en daarmee bijna onoverwinnelijk. Volgens sommige Palestijnse bronnen zijn de Palestijnen afstammelingen van de Filistijnen. Is dat correct, dan zijn de Palestijnen niet van Arabische maar van Griekse oorsprong.

 

Sommige historici kiezen voor het jaar 1880, het begin van de massale Joodse immigratie, of 1896, als Theodor Herzl het denkbeeld van een Judenstaat lanceert.

Judenstaat

 Herzls boekwerkje Der Judenstaat. In het kader van Projekt Gutenberg als pdf rechtstreeks op internet te lezen.

Anderen beginnen liever met mei 1948, als de staat Israël wordt uitgeroepen. Veel commentatoren laten de lange voorgeschiedenis voor wat die is. Zij kiezen voor de Zesdaagse oorlog van 1967 en de erop volgende ‘bezetting’. In feite is sprake van een gewapend conflict vanaf de wederzijdse moordpartijen, gewapende aanvallen dus tussen Arabieren en Joden, die zijn begonnen in de jaren 1920. Zonder enige twijfel begonnen door Arabieren. Met als slachtoffer vaak Joodse ‘autochtonen’, dus niet per se nieuwkomers of immigranten.

De rol van Abraham

Opmerkelijk is dat religieuze joden, christenen en moslims het over één ding eens lijken te zijn: deze mystieke Bijbelfiguur is hun aartsvader. In het eerste Bijbelboek, Genesis, wordt beschreven hoe Abraham van zijn onzichtbare God de landbelofte krijgt. Het ‘beloofde land’ was vele malen groter dan het stuk grond waar het conflict van nu om draait.

Kaart van het beloofde land

 

 

 

Kaart van het beloofde land volgens Genesis (met dank overgenomen van globalresearch.ca). Het onderwerp is omstreden. De groep Joden die deze omvang van de staat Israël nastreeft is een splintergroep in de Israëlische samenleving.

 

Uit tientallen Bijbelteksten blijkt – volgens gelovigen – dat heel Palestina uitdrukkelijk ter beschikking van Gods ‘uitverkoren volk’ is gesteld. Nog vandaag houden miljoenen christenen vast aan deze door God gedane landbelofte, als argument om de Joden het gebied te gunnen. Even opmerkelijk is dat de islam de Bijbel in grote trekken ‘inlijft’ en dat diverse Koranteksten het Joodse recht op het land lijken te bevestigen. (Bron1, Bron2)
Moslims van vandaag – op een enkeling na – wijzen deze bijbelse landbelofte af. Bij die afwijzing staan religieuze overwegingen voorop. Aan hun heilige boek, de Koran, hechten moslims vanzelfsprekend meer waarde dan aan de joods-christelijke Bijbel. Het Palestijnse land is eeuwenlang eigendom van de islam geweest en moet daarom weer in islamitisch bezit komen. De Joden zijn volgens de Koran een belangrijke vijand. Joden zijn eeuwenlang in de islamitische wereld een onderdanige en ‘beschermde’ minderheidsgroep geweest. Hun nieuwe (militaire) macht ondergraaft het geloof van de moslims. De oude toestand – met Joden in een onderdanige positie – moet worden hersteld.
De bijbelse rivaliteit tussen Abrahams zonen Ismaël en Izaak – en dus die tussen hun miljarden nakomelingen – speelt een niet te onderschatten rol in het conflict van vandaag. Ismaël zou staan voor de Arabieren; Izaak voor Israëlieten en latere Joden. Veel wetenschappers stellen dat deze aartsvaders mythische figuren zijn, te vergelijken met die uit de Griekse en Romeinse mythologie. Gelovigen wijzen de gedachte af. Zij houden vast aan de landbelofte: God heeft het land aan de Joden gegeven en het kan dus nooit aan de Arabieren (of de islam) worden (terug-) gegeven.
Het bestaan van Abraham en zijn zoons is nooit (door archeologisch onderzoek) bewezen. Pas bij de koningen David en Salomo is sprake van archeologisch bewijs, zij het minimaal en dus onzeker.

De rol van Mozes en Jozua

Volgens de Hebreeuwse bijbel (christenen noemen dit het Oude Testament), voerden deze leiders gesprekken met de god van Abraham. Mozes kreeg de opdracht het volk Israël uit Egypte te leiden richting het beloofde land. Vlak voor de eindstreep moest Mozes – vanwege een eerdere zonde – zijn gezag overdragen. De eer zijn volk het beloofde land binnen te mogen brengen werd gegund aan zijn opvolger, Jozua. Deze kreeg van zijn god de opdracht het land in te nemen en alle mensen die er woonden te doden. Vandaag vinden veel mensen dat een totaal onacceptabele opdracht. Gelovigen – het gaat om een paar miljard mensen – menen dat wij mensen over opdrachten van goden niet mogen oordelen. De inname van Kanaän is voor hen geen verhaal maar een feit.

Voor het bestaan van Mozes en Jozua geldt hetzelfde als voor Abraham: tot nu toe is geen enkel archeologisch bewijs gevonden. Hetzelfde geldt voor de uittocht uit Egypte en de gewelddadige inname van Kanaän. Moderne historici wijzen de verhalen af als Joodse mythologie, lijkend op die van Romeinen en Grieken. Een deel van de gelovigen houdt eraan vast. Zonder deze gelovigen zou de steun aan zowel Israël als de Palestijnen verschrompelen.

Vespasianus

Vespasianus

Titus

Titus

Vespasianus en zoon Titus slaan Joodse opstand neer

De rol van de Romeinen

Vlak vóór het begin van onze jaartelling bezet het Romeinse rijk het land Israël. Op dat moment is het al meer dan 1200 jaar hoofdzakelijk bewoond door de Israëlieten, het latere Joodse volk. Een deel daarvan (het Tienstammenrijk) was rond 700 v. Chr. afgevoerd, gedeporteerd, naar Assyrië. Een ander deel (de overgebleven Israëlieten, w.o. de inwoners van Judea, de stam van Juda, waar de benaming Joden van is afgeleid) was in 586 v. Chr. naar Babylonië afgevoerd. De gedwongen verhuizingen worden diaspora (= omzwerving) genoemd. Een deel van het volk, voornamelijk inwoners van Judea, keert (in 538 v. Chr. o.l.v. Ezra) terug naar Israël.

Over de in Assyrië en Babylonië achtergebleven Israëlieten weten we bijna niets: vermoedelijk zijn ze geassimileerd, d.w.z. in de autochtone bevolking opgegaan. Vandaag zouden we zeggen dat ze Arabier zijn geworden (!). Ook wordt beweerd dat ze Europa (‘de kustlanden’) hebben bevolkt.

Tussen de in Israël wonende Joden en hun Romeinse bezetter ontstaat een conflict. Het gaat weer over aanpassingsproblemen. Joden weigeren voor Romeinse goden te buigen. Ze geven de voorkeur aan hun eigen, onzichtbare Bijbelse god. Ze komen herhaaldelijk in opstand en moeten daar zwaar voor boeten. Op grote schaal worden ze vermoord en verjaagd. Ze raken verspreid over heel Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Opnieuw is sprake van diaspora.

De rol van een nieuwe religie: het christendom

Jezus

Jezus: rabbijn en rebel. Jood of Palestijn?

Na de dood van de rabbijn Jezus komt een nieuwe godsdienst op: het christendom. Jezus wordt algemeen als joods leraar gezien. Ook hierover is twist: de Palestijnse leider Arafat noemt Jezus een Palestijn. Anderen noemen hem een Esseen, juist een opstandeling tegen de gevestigde joodsreligieuze orde. Deze laatste ziet in Jezus niet meer dan een profeet – en zeker niet als de Zoon van God. Later neemt de islam die gedachte over. Christelijke leiders presenteren hem, na een lange strijd met andersdenkenden, de Arianen, als de Zoon van God. Het nieuwe geloof komt voort uit het jodendom. Alle eerste verkondigers van het nieuwe geloof zijn joods: Mattheüs, Marcus, Lucas (wat minder zeker, volgens sommigen was hij een Griek), Johannes, Petrus, Paulus, Jacobus.

Constantijn de Grote

Constantijn de Grote

De aanhangers van het nieuwe geloof – zowel voormalige Joden als voormalige heidenen – worden zwaar vervolgd. Dat duurt een paar eeuwen. Op een verrassende manier keren de kansen. Keizer Constantijn ziet brood in het nieuwe geloof. Hij staat het christendom toe. Zijn opvolger verklaart het tot staatsgodsdienst.

De geschiedenis herhaalt zich. Joden willen ook voor de christenen niet buigen. Het merendeel weigert zich tot het nieuwe geloof te bekeren. Ze houden vast aan hun eigen ‘geschiedenisboek’ en hun eigen heilige normen en waarden, die van de Hebreeuwse Bijbel. Ze ontkennen dat Christus hun Messias is. Ze verwachten een ander. Iemand met meer fysieke dan geestelijke macht, iemand die vrede brengt, iemand die, volgens de fraaie woorden van profeet Jesaja, zorgt dat ‘zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen’. Na Jezus blijkt eerder nieuw conflict te zijn ontstaan dan vrede. Joden zien dat als bewijs dat Jezus niet de in hun profetieën aangekondigde krachtige leider kan zijn geweest.

Synagoge

Synagoge: fout.

Ecclesia

Ecclesia: goed.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Twee levensgrote stenen spotprenten aan de kathedraal van Straatsburg: Synagoge en Ecclesia. Christelijk antisemitisme in de 12e eeuw (eigen foto’s)

 

De gevolgen zijn verschrikkelijk. In heel Europa worden Joden alle eeuwen door geconfronteerd met discriminatie, vervolging en moord. Niet alleen om hun geloof en om hun afwijkende gedrag. Ook om hun rijkdom of om hun armoede, om hun kennis of hun domheid. De meest griezelige sprookjes zijn verzonnen om Joden in een kwaad daglicht te stellen. Tussen de vijfde en de twintigste eeuw gaat het niet om tientallen, niet om honderden, maar om duizenden incidenten met een bloedige afloop. Met voorlopig de Holocaust als dieptepunt. Gezien de uiterst agressieve uitlatingen van Arabische en islamitische leiders richting Israël lijkt een herhaling niet denkbeeldig.

Eigen schuld?

In de ogen van veel christenen hebben ‘ze’, d.w.z. de Joden, er zelf om gevraagd. In het bijbeldeel van de christenen, het Nieuwe Testament, staat immers dat ‘ze’ Jezus Christus hebben vermoord? En hebben ze – volgens datzelfde N.T. – niet geroepen: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen”? Christelijke kerkleiders slaan door: het woord ‘demoniseren’ valt. Steeds opnieuw spreken en schrijven ze, op een enkeling na, negatief over het Joodse volk. God heeft volgens kerkleiders een ander volk uitverkoren: de christenen. De eeuwenlange anti-Joodse propaganda blijkt effectief. In de christelijke wereld is altijd sprake geweest van diep wantrouwen tegen Joden.

ISIS later IS Islamitische Staat

In 2014 verovert ISIS, later IS (= islamitische staat), een jihadistische terreurbeweging, grote delen van Syrië en Irak. De beweging veroorzaakt in Oost en West paniek met o.a. (op internet te bekijken) onthoofdingen, moordpartijen, verkrachtingen en bekeringsdwang. Volgens sommige commentatoren zijn de Arabische/islamitische strijdmethoden van de zevende eeuw terug.

 

De rol van religieus geïnspireerde strijd: de Jihad

In de zevende en achtste eeuw krijgt een nieuwe godsdienst vorm: de islam. Ook moslims wordt Jodenhaat ingeprent. Het heilige boek van de islam, de Koran, roept op tientallen plaatsen op tot geweld tegen Joden. Ook hier lijkt het te gaan om wrevel tegen een volk dat niet wil buigen. Daar komt iets bij. Grond die eenmaal in handen van de islam is geweest mag, volgens wat vandaag de ‘politieke islam’ heet, nooit meer uit handen worden gegeven. Met politieke islam of islamisten wordt bedoeld een kleine minderheid in de moslimwereld die geweld en terreur tegen de Joden en het Westen voorstaat. Het begrip is omstreden en vaag. Anti-islamitische (‘islamofobe’) bronnen noemen de islam geen gewone religie maar een gewelddadige ideologie, die het hele leven van de burger raakt en bepaalt. Critici betogen dat het merendeel van de moslims achter de Jihad staat. Volgens anderen is nog niet één procent van de moslims bereid geweld te gebruiken. Hoe het zij, om verloren gegane grond terug te krijgen – en ongelovigen te bestrijden – moet de ‘ware moslim’ bereid zijn de Jihad (spreek uit: Dzjiháád of Dzjihed) te voeren. Op diverse internetsites zijn teksten in deze sfeer te lezen.

Veel westerse waarnemers en leiders lijken dit religieuze aspect te willen negeren: geloofskwesties spelen geen grote rol meer in hun denken. Toch ontkent niemand dat de sterke drijfveer, de extreem krachtige motivatie, van veel Arabische en islamitische tegenstanders van de staat Israël en het Westen, op geloof is gebaseerd. Islamitische geestelijken maken geen geheim van hun denkbeelden. Volgens deskundigen neemt de radicalisering toe: steeds meer moslims zouden klaarstaan om als martelaar voor Allah te sterven. Ze halen kracht uit hun religie. Sommige leiders verklaren zelfs niet te zullen rusten voordat de islam, ‘het kalifaat’, de hele wereld overheerst.

Anderen houden het aardser: volgens hen is de Israëlische onderdrukking van de islamitische Arabische Palestijnen de grondoorzaak van de Jodenhaat. Jodenhaat als thema, al vanaf de zevende eeuw ook binnen de islam, negeren zij. In het Westen buigen veel mensen beschaamd het hoofd. Ze noemen de Kruistochten (gericht tegen islamitisch expansie) als oorzaak voor de haat die moslims voelen voor het Westen. En – zo redeneren zij – getuigt onder meer de (Spaanse) Inquisitie niet óók van christelijke fouten en wreedheden?

Urbanus II

Urbanus II roept in 1095 op tot herovering van Jeruzalem op de moslims.

De Kruistochten

Veel westerlingen zien deze bloedige veldtochten als een Europese opwelling van primitieve, barbaarse, gruwelijke moordzucht. Aangesticht door een bloeddorstige paus, Urbanus II. Nog vandaag lijkt het Westen zich te schamen voor wat Joden en moslims is aangedaan. Het doel, de bevrijding van Jeruzalem, zou voor de hoofdzakelijk Franse en Duitse burgers, boeren en ridders, op een rampzalige nederlaag uitlopen.

Wat zijn de feiten? Arabische/islamitische legers hadden in de eeuwen ervoor grote delen van de christelijke wereld veroverd. Arabisch/islamitische legers liepen Noord-Afrika, Spanje, Egypte, het Byzantijnse Rijk, delen van het Perzische Rijk, maar ook delen van India en China onder de voet. De keus was simpel: bekeer je tot de islam of je bent er geweest. Voor christenen en joden, ‘de mensen van het Boek’ werd een uitzondering gemaakt: die mochten in beperkte en vernederende vrijheid leven maar moesten wel een speciale belasting betalen. Nog vandaag halen moslimleiders de kruistochten en de kruisvaarders aan om de kwade intenties van het Westen te illustreren. Wetenschappers als Hans Jansen en Bill Warner spannen zich in om duidelijk te maken dat de kruistochten kinderspel waren vergeleken met de schade die de islamitische Jihad de wereld heeft gebracht. Een schade die de donkere middeleeuwen zou hebben veroorzaakt. Waarbij het niet om schaamte gaat maar om een diepgewortelde angst, niet alleen vanwege eerdere nederlagen maar ook om opnieuw aan het kortste eind te trekken. De westerse/christelijke schaamte en angst zouden het gevolg zijn van een eeuwenlange – en bij voorbaat verloren – propagandastrijd. Die volgens deze wetenschappers nog iedere dag doorgaat, net als de islamitische agressie. In het Westen ontstaan problemen rond ‘islamisering’.

De rol van het zionisme

Theodor Herzl

Theodor Herzl – grondlegger van het zionisme

De tegen Joden gerichte discriminatie in Europa leidde ertoe dat in de 19e eeuw een nieuwe droom ontstond. Joden wilden zich niet langer neerleggen bij de diaspora, hun verspreiding over de aarde. Ze wilden dat aan de ‘omzwerving’, aan de discriminatie, het antisemitisme, de vervolging en de moordpartijen, een eind komt. Midden 19e eeuw krijgt de nieuwe beweging een naam: het nu zo omstreden zionisme. De beweging wenst dat Joden terugkeren naar hun Bijbelshistorische land. Er is behoefte aan een ‘veilig tehuis’, want steeds opnieuw blijkt dat Europa voor Joden niet veilig is. Al ver vóór de Holocaust (1942-1945) zetten honderdduizenden – vooral Oost-Europese – Joodse mensen de wens om in een feit: ze vertrekken. Het merendeel gaat naar de Verenigde Staten en vestigt zich in steden als New York. Een minderheid kiest voor Palestina. Eind 19e eeuw, vanaf 1880, komt grootschalige immigratie (‘Aliya’, terugkeer) op gang. Meestal gaat het om politieke vluchtelingen. Vanwege hun ideaal worden ze aangeduid als ‘zionisten’: ze keren terug naar het Bijbelse Zion (als model dient de berg Sion).

Zionisme is racisme

Tegenstanders van het zionisme noemen het streven racistisch. Waarom? 
Omdat de zionisten ‘andere rassen’ zouden willen uitsluiten van vestiging in Israël. 
Een VN-resolutie die deze mening bevestigde werd jaren later herroepen. 
Van een Joods ras is geen sprake en ruim 20% van de bevolking is Arabisch.

Ongewenste immigratie van Europese joden

Na de Romeinse verwoesting van 70 en 130 n. Chr. zijn altijd groepen Joden in Palestina blijven wonen. Historisch onderzoek toont aan dat partijen in de eeuwen vóór de opkomst van het zionisme, toen het evenwicht nog niet verstoord leek, met elkaar in vrede leefden. Afgezien van een enkele uitspatting. Begin 20e eeuw beginnen in Palestina wonende Arabieren zich aan de immigratie van Europese Joden te ergeren. Ze willen de stroom nieuwkomers afremmen. Al vanaf het begin kunnen partijen het niet goed met elkaar vinden. Er is al sprake van geweld als de eerste 20.000 Joden zich in het land hebben gevestigd. Onder leiding van moefti – later grootmoefti Amin Hadj al-Hoesseini komt het tussen 1920 en 1938 herhaaldelijk tot pogroms. Het conflict van vandaag lijkt begonnen met de komst (‘terugkeer’) van grote aantallen (Joodse, meestal zionistische) landbouwpioniers, voornamelijk afkomstig uit Oost-Europa, zoals Polen en Rusland.

Joodse grondaankoop

Buitenlandse zionistische organisaties kopen vanaf begin 20e eeuw op legale wijze landbouwgebied in Palestina aan. De verkopende eigenaars zijn bijna altijd rijke Arabische buitenlanders. Ze wonen zelf vaak in Syrië, Libanon of Egypte. Eerst vallen de prijzen nog wel mee. Als de effendi’s, de grondeigenaars, merken dat de Joden vastbesloten zijn, wordt vaak een exorbitant hoge prijs gevraagd – voor meestal nog onontgonnen, moerasachtig gebied.

Nederzettingen

Joodse immigranten stichten er kibboetsen, landbouwgemeenschappen op socialistische grondslag, d.w.z. met een gezamenlijke eigendom. (Dan al worden ze nederzettingen genoemd. Het woord was nog niet zo beladen als nu. In sommige gevallen worden die later met grof geweld weer afgepakt.) Hetzelfde geldt voor niet in moderne tijden aangekochte grond, grond dus die al eeuwenlang in Joods bezit was. Zo roeien Arabieren in 1929 de complete Joodse gemeenschap in Hebron uit. Ze nemen grond en gebouwen eenvoudig over. De verdreven Joodse families waren er al eeuwenlang gevestigd. Veertig jaar later, na de oorlog van 1967, vestigen kleine groepen Joden zich opnieuw in het gebied. Hun vestiging wordt onderwerp van de propagandastrijd. Veel commentatoren verklaren achteraf dat het om kolonisatie gaat, om onrechtmatig landjepik. Zo wordt in de strijd om het land onrecht op onrecht gestapeld. De regering van Israël ontruimt zelf ook eigen nederzettingen, niet zonder geweld. Zoals na de teruggaaf van de Sinaï aan Egypte als consequentie van het vredesverdrag. In 2005 is de ontruiming van de Gazastrook en een paar kleine nederzettingen op de Westbank een feit. Vandaag lijken de Joodse nederzettingen het grootste obstakel voor vrede.

De dubbelrol van het Verenigd Koninkrijk

United Kingdom flag

‘Britain rules the world’: lang verleden tijd…

Het optreden van het Verenigd Koninkrijk tussen 1917 en 1947 kan op zijn zachtst gezegd onbetrouwbaar, ‘dubbelhartig’, worden genoemd. De wereldmacht van dat moment krijgt een beheersmandaat van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. Men probeert beide partijen te vriend te houden. De Britse bezetter treedt volgens veel bronnen hard op tegen Joodse terreur en doet te weinig tegen Arabische. Arabische immigratie – vanwege de gunstige economische vooruitzichten en kans op een goed inkomen – wordt onbeperkt toegestaan; Joodse wordt met kracht bestreden. De weifelende houding van de Britse bezetter verkleint de problemen tussen Arabieren en Joden niet. Productie en aanvoer van olie, als in die tijd ultramoderne en vooral in een industrieland als het VK felbegeerde energiebron, lijkt een doorslaggevende rol te hebben gespeeld.

De rol van de nazi’s

Nazi vlag

…duizendjarig Rijk dat 12 jaar standhield…

In 1933 komt in Duitsland Hitler aan de macht. In Europa waart in die tijd een duistere geest rond: het fascisme. Onderdrukking, arrestaties, moordpartijen zijn aan de orde van de dag. Het tomeloze geweld leidt tot de verschrikkelijkste oorlog ooit gevoerd. De nazi’s zijn de uitvoerders van de Holocaust, de moord op zes miljoen Joden (en lichamelijk en geestelijk gehandicapten, en homoseksuelen, en zigeuners).

De rol van Arabische leiders

De meeste Arabische landen kiezen de kant van de fascistische regimes in Duitsland en Italië. De door de Britten benoemde grootmoefti van Jeruzalem, Amin al-Hoesseini, speelt een kwaadaardige rol. Hij levert een actieve bijdrage aan de volkerenmoord op Joden in Europa.

Hoesseini met nazi soldaat en HitlerHij zou een oom zijn geweest van de later zo bekende Yasser Arafat al-Hoesseini. Amin, die van zijn Jodenhaat geen geheim maakt, werkt ijverig mee aan de Holocaust. Hij veroorzaakt – rechtstreeks en doelbewust – honderdduizenden slachtoffers. In het Midden-Oosten roept hij zijn Arabische volgelingen voortdurend op tot moord op de Joden in Palestina. Na afloop van WO2 vlucht hij van het ene naar het andere Arabische land. Frankrijk laat hem ontsnappen en de overwinnaars zien geen reden hem voor zijn daden ter verantwoording te roepen. Dat oorlogsmisdadigers vrij rondlopen is niets bijzonders. Honderden, zo niet duizenden Duitse oorlogsmisdadigers weten, onder meer via de Odessa-organisatie of door bemiddeling van hoge rooms-katholieke geestelijken, te ontsnappen en zo hun veroordeling te ontlopen. Velen vertrekken naar Zuid-Amerika. Anderen komen in de Arabische wereld, zoals Syrië en Egypte, terecht. Ze krijgen daar vooraanstaande functies. Ze worden verantwoordelijk gehouden voor een verschijnsel dat nieuwer lijkt dan het is: de ‘islamisering van het antisemitisme’. Het thema krijgt, als tegenhanger van het christelijk antisemitisme, steeds meer aandacht.

Verdelingsplan en staat Israël

verdelingsplanDe Britten geven het hun door de Volkenbond verstrekte mandaat na WO2 op. Eind 1947 komen de Verenigde Naties – via de UNSCOP – met een verdelingsplan. Het leidt tot grote onrust. Arabische leiders wijzen de voorstellen – en daarmee een Palestijns/Arabische staat – af. Prompt komen duizenden strijders, afkomstig van diverse Arabische landen, het gebied binnen (A.L.A.). Opnieuw is er wederzijds geweld – met vele honderden doden. De eenzijdige en verrassende uitroeping van de staat Israël, midden mei 1948, door Ben-Goerion, vergroot de spanning. Dezelfde dag nog vallen Arabische strijders, nu dus ook reguliere legereenheden, het gebied binnen. De Joden winnen de oorlog – tegen de verwachting in. In de christelijke wereld ontstaat enorme opwinding. Verbazing slaat om in enthousiasme. Kennelijk heeft God het weer goed met Zijn volk voor. En dat na eeuwen van straf en boete om hun afwijzing van Christus, met de Holocaust als dieptepunt. Jaren later zullen commentatoren zeggen en schrijven dat de Joodse overwinning voor de hand lag, “want de Arabische strijders waren ongemotiveerd en ongeorganiseerd.”

 

 

 

Palestijnse jongen tegen tank blijk op Gazaintifada
Tijdens beide intifada’s (1987 en 2000) nemen jongeren het met stenen op tegen het zwaarbewapende leger van Israël; de IDF. Foto’s als deze zijn een krachtig wapen in de propagandastrijd. Ze gaan de wereld over: de sympathie voor Israël neemt af.

De Joodse militaire overmacht

Het blijft niet bij één oorlog. Na de oorlog van 1948 raken Israël en Arabieren herhaaldelijk – in 1967 en in 1973 – slaags. Israël demonstreert in alle gevallen een overmacht – voor de Arabieren moeilijk aanvaardbaar. Het uitblijven van Europese en Amerikaanse militaire hulp dwingt Israël tot creatieve oplossingen. Men besluit dan maar zelf wapens te maken. Het land beschikt intussen over zelfgefabriceerde handwapens en tanks van uitstekende kwaliteit. Ze zijn een belangrijk exportproduct.

Merkava tank

Israëlische tank: eigen fabrikaat…

Uitspraken van Arabische leiders draaien er niet omheen. De elkaar opvolgende oorlogen zijn van Arabische zijde bedoeld om de Joden uit het land te verdrijven, in zee te drijven of te vermoorden. De Arabische legers verliezen. Dat leidt in de Arabische wereld tot enorm gezichtsverlies, teleurstelling en wrok. De haat tegen Israël, een land dat door het Westen gesteund wordt, slaat om in haat tegen het Westen en tegen het christendom. Sindsdien is een nieuw element aan de strijd toegevoegd: die tegen de ‘kruisvaarders en de ongelovigen’, onder aanvoering van Al-Qaeda. Het is geen open strijd, van soldaat tegen soldaat, maar een guerrilla, van onzichtbare ‘militanten’ tegen staande legers en zittende regeringen. Opzettelijke moordpartijen op burgers worden niet geschuwd.

De Palestijnse vluchtelingen

Een belangrijke conflictbron is het probleem van de Palestijnse vluchtelingenstromen van 1948 en 1969. Het is vandaag nog steeds niet opgelost. Israël heeft de gevluchte of verjaagde Arabieren – op een aantal uitzonderingen na – nooit toegestaan terug te keren naar hun huis. Israël stelt zich op het standpunt dat mensen die eerst op de dood van de Joden uit waren, nu maar beter buiten de deur gehouden kunnen worden. Nogal wat waarnemers betogen dat de Arabische wereld het probleem makkelijk kan oplossen maar het om allerlei redenen opzettelijk in stand houdt.

U.N.

United Nations (Verenigde Naties)

UNRWA

UNRWA (alleen voor Palestijnse vluchtelingen)

UNHCR

UNHCR (voor alle andere vluchtelingen)

De rol van de VN

Speciaal voor de Arabische vluchtelingen in Palestina is na de oorlog van 1940 een VN-organisatie, de UNRWA, in het leven geroepen. Opvallend is dat Palestijnse Arabieren vluchteling blijven heten nadat ze al jaren elders een dak boven hun hoofd hebben. Hetzelfde geldt voor hun kinderen en kleinkinderen. Speciaal voor de Palestijnen is de VN afgeweken van de regels die na WO2 voor alle andere groepen golden. De minimumtermijn van twee jaar werd veranderd in tien. Tot op vandaag geeft de VN miljoenen Palestijnen een uitkering. De vluchtelingen eisen terugkeer naar hun land of anders compensatie voor de in beslaggenomen huizen en landerijen. Vestiging elders – in Jordanië bij voorbeeld, of in het nieuwe thuisland van de vluchteling – komt voor de meesten niet in aanmerking. Direct na WO2 liepen er in Europa en Azië óók (vele miljoenen) ontheemden rond. Van iedere hulp verstoken en voor wie geen enkele regeling werd getroffen. Niet alleen pro-Israëlische commentatoren vinden dat voor de Palestijnse vluchtelingen een uitzondering is gemaakt. Het probleem zou door de V.N., samen met de Arabische landen, in stand gehouden zijn – ‘om het Westen en de staat Israël in diskrediet te brengen’.

De Wet op de Terugkeer

Lijnrecht ertegenover staat de terugkeer van steeds meer Joodse immigranten (en het wettelijke recht daarop) binnen de staat Israël sinds 1950. Bij de Palestijnse Arabieren ontstaat wrevel omdat voor hen in Israël geen ruimte is, terwijl aan buitenlandse Joden alle ruimte wordt gegund.

Joodse vluchtelingen

In dezelfde periode, vanaf 1947, ontstaat een ongeveer net zo grote stroom vluchtelingen, niet Arabische maar Joodse. Ze vluchten uit de omringende Arabische landen, vaak met achterlating van alles wat ze hebben. Niet tijdelijk, in afwachting van terugkeer nadat de vijand verslagen is, maar door bedreiging en uit angst voor moordpartijen. Ze worden in de nieuwe staat Israël opgenomen. Ze worden in tenten opgevangen. Met grote inspanningen en zonder hulp van buiten de Joodse gemeenschap worden ze op den duur geïntegreerd. De internationale gemeenschap maakt zich niet druk over en verleent geen steun. Israëlcritici wijzen erop dat niet alleen in Israël wonende Arabieren worden gediscrimineerd, maar ook veel Joodse immigranten.

Arabische compensatie

De Palestijnen eisen compensatie voor hun vlucht. In Israël stelt men zich op het standpunt dat de Palestijnse Arabieren ‘vrijwillig’ gevlucht zijn. Bedoeld wordt dat ze tijdelijk het veld ruimden: de Arabische legers moesten eerst de Joodse indringers verjagen. Of erger. Arabieren – de elite voorop – vluchtten naar gebieden die door Arabische legers werden bezet. Ook zijn Arabieren door Joden onder bedreiging verjaagd. Wederzijds waren er moordpartijen. Hoe de aantallen vrijwillig gevluchte mensen zich hebben verhouden tot opzettelijk verjaagden is onderwerp van de propagandastrijd. Dat Arabische leiders opriepen om ‘alle Joden te vermoorden’ is onbetwist: het ligt vast in kranten en interviews.

Joodse compensatie

Joodse organisaties eisen gelijksoortige compensatie voor de uit Arabische landen gevluchte Joden. Het probleem lijkt onoplosbaar. Internationaal recht voorziet er niet in. Over de omvang van de kwestie, gerelateerd aan aantallen mensen en de bezittingen aan beide kanten, heerst onduidelijkheid. Nauwkeurige cijfers zijn niet beschikbaar en de bronnen zijn het niet met elkaar eens. Opmerkelijk is dat dit probleem veel minder aandacht krijgt. Verdedigers van de Palestijnse zaak weten het niet of vinden het niet belangrijk – waarschijnlijk omdat het opgelost is en dus geen rol meer speelt. Veel critici van Israël koesteren ten onrechte het idee dat er maar één vluchtelingenprobleem is. Ze beschuldigen Israël van etnische zuivering: het moedwillig en met geweld verjagen van een gevestigde bevolkingsgroep. Een groep Israëlische historici, de ‘nieuwe historici’ (new historians) bevestigt, met allerlei nuances, de opvatting dat etnisch gezuiverd is. Anderen herroepen dat en komen met een genuanceerder verhaal: het is allebei gebeurd. Een enkele onderzoeker komt met opzienbarend nieuws: de grond die Joden in de Arabische wereld hebben moeten achterlaten zou vijf keer zo groot zijn dan heel Israël.

Bezetting en onderdrukking

Na de oorlog van 1967 ‘bezet’ Israël de tot dan toe Arabische gebieden, zoals een deel van Jeruzalem, de Gazastrook en de Westbank. De Westbank is de nieuwe naam voor de kern van het antieke joodse gebied: Judea en Samaria. Volgens juristen was geen sprake van bezetting, immers, de bezetting door Jordanië, tussen 1949 en 1967, was illegaal en niet erkend. De Britten hadden het land vrijwillig verlaten. Er was dus geen regering en geen staat. Al vóór de oorlog waren in Palestina Arabische terreurorganisaties opgericht, zoals de PLO. In hun statuten staat de vernietiging van de staat Israël centraal. In binnen- en buitenland plegen ‘militanten’ aanslagen op Joden en ze blazen vliegtuigen op. Hun acties, zoals die tijdens de Olympische Spelen in München, halen de wereldpers. De verhoudingen tussen Israëli’s en Palestijnen verslechteren snel. Veel mensen in de hele wereld tonen begrip voor de terreuracties. De ‘Palestijnse kwestie’ krijgt alle aandacht. De Israëli’s verspelen sympathie. Palestijnse terroristen ondergaan vernederingen, represailles, mishandeling en marteling.

Oplevend antisemitisme in de Arabische wereld

Het antisemitisme, de langdurige en intensieve Jodenvervolgingen en Jodenhaat, heerste eeuwenlang vooral in Europa. Vanaf de bezetting in 1967 komt in de Arabische wereld een enorme anti-Joodse propaganda op gang. Die vertoont sterke overeenkomsten met de argumenten uit de Hitlertijd. De indoctrinatie van de Palestijnse, Arabische, meestal islamitische, jeugd biedt niet veel uitzicht op een wat tolerantere houding.

Yasser Arafat

Arafat (PLO)

Mahmoud Abbas

Abbas (PA)

Haniyeh

Haniyeh (Hamas)

Meshal

Meshal (Hamas)

Palestijnse opstand en terreur

De opstelling van Arafat, de PLO, Fatah, Hamas, de beide Intifada’s, de Jihad, de zelfmoordaanslagen, het op Israëlische steden en dorpen afschieten van raketten: voor Israël zijn het even zoveel aanleidingen om agressief op te treden tegen Palestijnse terreur. Het Israëlische geweld wordt niet altijd gezien als logisch gevolg van Palestijns geweld. Langzaam ontstaat het beeld dat Israël er op uit is, de Palestijnen te verjagen en het gebied over te nemen. Antizionistische bronnen wijzen erop dat in de zionistische plannen nooit rekening gehouden is met de Palestijnse ‘autochtonen’. Men heeft Palestina willen zien als “een land zonder volk voor een volk zonder land”. Voor het probleem van de al aanwezige inwoners zijn allerlei oplossingen bedacht. “Gedwongen verhuizing”, ook wel transfer genoemd, naar Arabische landen is steeds een optie geweest. Aan de andere kant stellen Arabische bronnen steeds luider het bestaansrecht van Israël ter discussie. Diverse organisaties, zoals Hamas, Hezbollah, komen er openlijk voor uit dat de vernietiging van Israël hun hoofddoel is.

Oudste rechten, historisch recht, gewoonterecht

Een veelgestelde vraag: Wie heeft meer recht op het land, de Palestijnen of de Joden? Internationaal recht voorziet er (nog) niet in: de geleerden verschillen van mening. Joden (of liever: ‘de Israëlieten’) hebben het land duizenden jaren bewoond. Volgens de Bijbel hadden ze van God de opdracht de oorspronkelijke bewoners te verjagen. Ze zijn er op hun beurt bij herhaling uit verjaagd. Volgens de Bijbel was dat om hun zonden: ze hadden zich te veel vermengd met de volken die ze moesten uitroeien, of ze aanbaden vreemde goden. Eerst waren het de Assyriërs, daarna de Babyloniërs, die aanvielen. Het land komt steeds weer in vreemde handen. Uiteindelijk zijn het de Romeinen die een eind maken aan het bestaan van Israël. Buitenlanders nemen de plaats in van de Joodse bevolking, hoewel op/in sommige plaatsen altijd Joden zijn blijven wonen.

Eeuwen later, vanaf eind 19e eeuw, komen groepen Joodse immigranten terug. De Arabieren – hoe bekend ook om hun gastvrijheid – zijn niet bereid een stap opzij te doen. Pro-Israëlische bronnen doen moeite aan te tonen hoe uitgestrekt de Arabische wereld is: er is ruimte genoeg voor Palestijnse Arabieren. Volgens veel bronnen stonden de Joodse nieuwkomers een vreedzame, op socialistische leest geschoeide, samenleving voor. Anderen beweren dat de zionisten vanaf het begin het land voor zichzelf wilden. Niet weinig religieuze joden zijn fel tegen de Joodse staat.

Beloofde land?

Veel mensen – en zeker niet alleen joden – zien Gods aan Abraham gedane landbelofte als doorslaggevend. De ‘grootlandbelofte’ (Genesis 15:18) geldt volgens hen niet alleen voor de nakomelingen van Izaak maar ook voor die van Ismaël en alle andere nakomelingen van de aartsvader.

De internationale gemeenschap en de grootmachten van vandaag hebben in 1948 Israël als staat erkend. Als Israël “ongeldig” verklaard wordt, dan moet dat evenzeer gaan gelden voor andere landen. Wetgeving over oudste rechten zou over de hele wereld tot gigantische gedwongen volksverhuizingen leiden. Het is een onoplosbaar probleem. Op aarde zou een onbeschrijflijke chaos ontstaan: Amerika terug aan de Indianen: driehonderd miljoen van oorsprong Europese bewoners terug naar Nederland, Duitsland, Frankrijk en het VK. Zuid-Amerika terug aan de Inca’s en alle Spaanstalige inwoners terug naar Europa. Normandië en Bretagne terug aan de oorspronkelijke bewoners. De Visigoten en de Germanen terug naar hun oorspronkelijke hut. Half Azië en een kwart van Afrika aan het verhuizen. Australië terug aan de Aboriginals en de Hugenoten hun huizen terug.

Eigendomsclaim

Het zou unfair zijn dit soort veeleisende criteria alleen aan de Joden van Israël op te leggen. Desondanks blijven veel toeschouwers Israël als een illegale staat zien, op gestolen, op geroofd, land. Is Israël werkelijk de ‘laatste kolonisator in de geschiedenis van de mensheid’? Voor de Palestijnen en Arabieren heeft de kern van het probleem bovendien een religieus aspect: binnen de islam is het uit handen geven van land dat ooit eigendom van moslims is geweest een onmogelijkheid. In de Koran – het heilige boek van de moslims – komen beide thema’s aan de orde: er staan teksten in die het Joodse recht op het land erkennen. Andere openbaringen claimen het behoud van land voor de islam.

Jeruzalem

Rotskoepel

De skyline van Jeruzalem wordt beheerst door een Islamitisch heiligdom, de Rotskoepel (eigen foto).

De status van Jeruzalem, de heilige stad van joden, christenen en moslims, lijkt onoplosbaar. Iedereen meent recht op de stad te hebben. De VN stellen in 1947 voor dat de stad een internationaal bestuur moet krijgen. Israël roept de stad uit tot eeuwige hoofdstad van Israël. Gematigde Palestijnse organisaties claimen Oost-Jeruzalem; andere eisen de hele stad – en het hele land. Joden claimen de stad in zijn geheel als exclusieve hoofdstad van de staat Israël. Zionistische organisaties voeren aan dat de stad al eeuwenlang een Joodse meerderheid heeft.

Heiligdommen

Waqf

Reglement voor bezoekers; Waqf (eigen foto)

Het gevecht om de gezamenlijke religieuze gedenkplaatsen, zoals Hebron, Jeruzalem, de Rotskoepel en de Tempelberg is een probleem op zich. Heeft de tempel van Salomo er echt wel gestaan? Islamitische en Arabische organisaties spannen zich tot het uiterste in om aan te tonen dat de Joodse claim op heiligdommen onterecht is. Israël heeft sinds 1967 het beheer over de Tempelberg in islamitische handen gelegd (de Waqf).

Joodse kolonisatie

De ‘zich steeds verder uitbreidende’ Israëlische kolonisatie roept internationale kritiek op. Critici zien het vestigen van nederzettingen als een opzettelijke provocatie. Het Palestijnse gebied moet Jodenvrij worden. Het woord verwijst naar de nazitijd en de Holocaust: Duitsland en Europa moesten Judenrein worden gemaakt. Eerder was al een deel van het oorspronkelijke Palestina, het Jordanië van vandaag, vrijgemaakt van Joden. Palestijnse leiders kondigen aan dat de nieuwe Palestijnse staat ‘Judenrein’ zal worden: de wereld schrikt er niet van. Religieuze joden leven in de realiteit van de landbelofte: ze betogen dat het land van hun God is. Ze willen van Palestijns-Arabische rechten niets weten en stellen zich als de rechtmatige bezitter op. Vele miljoenen christenen staan erachter: ze noemen vanuit hun religieuze visie de band met Israël ‘onverbrekelijk’.

Onderdrukking en vernedering

De Israëlische bezetting van 1967 leidt tot onderdrukking van de Palestijnen. Het optreden van het Israëlische leger in de Palestijnse gebieden, als vergelding voor aanslagen, met verarming en wanhoop als gevolg, zet kwaad bloed. Het optreden van de IDF wordt contraterreur genoemd. Het woord disproportioneel valt. Volgens veel critici staat het niet in de juiste verhouding tot de door Palestijnen gepleegde terreur.

De beperkte bewegingsvrijheid van de Palestijnen is een dagelijks terugkerende ergernis. De muren, hekken, prikkeldraadgrenzen en controlepoortjes die Israël bouwt worden als vernederend ervaren. Het gedrag van Israëlische soldaten wekt constant irritatie. In documentaires wordt aangetoond hoe de vernedering in zijn werk gaat. Israël verliest er opnieuw veel sympathie mee. (Buitenlandse) toeristen, die de door moslims (de Waqf) beheerde Tempelberg willen bezoeken, worden overigens met dezelfde hinderlijke controlepoortjes en een set strenge regels geconfronteerd.

Naleven VN-resoluties

Een belangrijke conflictbron en kern van de propagandastrijd. Anti-Israëlische bronnen klagen dat Israël de besluiten en aanbevelingen van de VN aan zijn laars lapt. Bovendien ‘overtreedt Israël aan de lopende band het internationale recht.’ De gebieden hadden moeten worden ontruimd.

Pro-Israëlische bronnen stellen dat hetzelfde verwijt aan de Palestijnen kan worden gemaakt. Veel resoluties (242) eisen actie van beide partijen. Critici stellen vaak alleen eisen aan de andere partij en laten de plichten voor eigen kant buiten beschouwing. ‘Arabische landen, lid van de VN, hebben destijds de voorstellen van de VN afgewezen. Ze zijn een oorlog gestart tegen de aanbevelingen van de VN in. Als ze het verdelingsplan hadden geaccepteerd was er allang een Palestijnse staat geweest.’

Pro-Joodse bronnen halen de drie Arabische NEE’s tegen Israëlische voorstellen om land te ruilen voor vrede (Khartoem, 1967).

Eigen staat voor Palestijnen

De grote wens van de Palestijnen, om in een eigen, 100% autonome, Palestijnse staat te wonen, met eigen bestuur en een eigen strijdmacht, is nog onvervuld. Van veel kanten klinkt de kritiek dat het volk nog niet op eigen benen kan staan: er zouden te veel interne bestuurlijke problemen zijn. Er is teveel gewapend conflict. Ook is er de kritiek dat Israël de Palestijnse gebieden zo versplinterd heeft dat nooit een eigen levensvatbare staat kan ontstaan. Anderen stellen dat Palestina, net als de Gazastrook, een terreurstaat zal worden. Israël zal onophoudelijk worden bestookt met raketten en granaten. Vanuit tunnels zullen overvallen op burgers worden gepleegd.

Palestijnse corruptie en onderlinge strijd

Er is corruptie en er zijn bestuurlijke problemen in het Palestijnse overheidsapparaat. Voortdurend treden conflicten naar buiten tussen PLO, Fatah, Jihadpartij en Hamas. Steeds duiken nieuwe splintergroepen op die een eigen agenda voeren. De formele overheid, de PLO (of Palestijnse Autoriteit of Palestijnse Nationale Autoriteit) heeft onvoldoende greep op de ‘concurrentie’. Ook Hamas zegt de eigen ‘militanten’ niet in bedwang te hebben.

Agressieve artikelen uit handvesten schrappen

Ondanks beloften en afspraken (Oslo) zijn de Palestijnen nog steeds hun belofte om het streven naar vernietiging van Israël uit de handvesten te schrappen, niet nagekomen. Ook het aanpassen van symbolen die Israël ontkennen, zoals de Palestijnse vlag, is tot nu toe uitgebleven.

Onderhandelingen en overeenkomsten

Er is enorm veel tijd gestoken in onderhandelingen. Herhaaldelijk zijn en worden overeenkomsten gesloten. Evenzo vaak worden ze geschonden. De hele wereld kijkt ernaar. Zo nu en dan is er hoop, die even snel weer verdwijnt. Partijen maken elkaar over en weer verwijten over het niet nakomen van afspraken. Veel mensen koesteren grote bewondering voor de Verenigde Naties. Als onafhankelijk bemiddelaar en arbiter komt de organisatie in opspraak: Arabische en islamitische dictaturen hebben te grote invloed om de reputatie van de VN als onafhankelijk bemiddelaar waar te maken. Bij herhaling worden beleidsfouten gemaakt. Ze tasten de geloofwaardigheid van de organisatie aan. Voor een overzicht van de onderhandelingsgeschiedenis klik hier.

Buitenlandse steun

De buitenlandse financiële, militaire en morele steun, wordt niet gelijk over beide partijen verdeeld. De Palestijnen ervaren hun positie in de ogen van het Westen als inferieur. Vooral het beleid van de Europese Commissie en de Verenigde Staten wordt fel bekritiseerd. Als al steun aan de Palestijnen gegeven wordt verdwijnt een flink deel daarvan in de zakken van corrupte bestuurders. Merkwaardig is dat de Amerikaanse steun aan Israël pas goed op gang komt na de oorlog van 1967. Het land heeft zijn bestaansrecht bewezen en lijkt van nut te kunnen zijn als bolwerk van westerse macht in een vijandige Arabische wereld. Ook hier spelen zowel militaire belangen als olie een rol.

Houding Arabische landen

De weigering van omringende Arabische landen om Palestijnse rebellen op te nemen is een eigenaardige kwestie. Palestijnse opstandelingen (tegen Israël) zijn met grof geweld en vele duizenden doden Jordanië uitgejaagd. Ze wilden daar de macht overnemen. Daarna vestigden ze zich in Libanon, waar opnieuw moeilijkheden ontstonden. De bestuurders vluchtten naar Tunesië. Van daaruit vestigden ze zich, nota bene met toestemming van Israël, in de Gazastrook en later op de Westbank. Volgens veel critici houdt de Arabische wereld het Palestijnse probleem met opzet in stand om het Westen te gijzelen. Critici beweren dat door Arabisch geweld meer Palestijnen zijn omgekomen dan door de ‘schietgrage’ soldaten van Israël.

Economie

De enorme verschillen in de economische situatie van de Israëli’s en de Palestijnen wekt jaloezie. Israël bouwt aan een sterke, op westerse leest geschoeide economie. De Palestijnse inwoners van de Gazastrook en de Westbank zien geen kans iets evenredigs neer te zetten. Ze geven de door het Westen gesteunde Israëlische onderdrukking de schuld van hun armoede. Ook de enorme kosten en inspanningen die Israël levert om de kolonisten in de bezette gebieden te beschermen is een doorn in het oog.

De muur

Muur, hek en wachttoren bij Jeruzalem (eigen foto)

Deels muur, deels hek en compleet met wachttoren, bij Jeruzalem (eigen foto)

Na de tweede Intifada besluit de Israëlische regering om het Palestijnse zelfmoordcommando’s moeilijker te maken. Er wordt een muur gebouwd. Hoewel het aantal geslaagde zelfmoordaanslagen daarna sterk afneemt, ontstaat in de hele wereld een golf van verontwaardiging. De muur staat voor een deel op Palestijns grondgebied. Zelfs het Internationaal Gerechtshof in Den Haag veroordeelt de bouw. Israël stoort zich er niet aan. Het Israëlische Hooggerechtshof dwingt de staat sommige stukken van de muur te verplaatsen omdat ze op Palestijns, althans op ‘betwist’, grondgebied staan. De tolpoortjes leiden internationaal tot grote ergernis.

Propagandamachines

Zowel Israël als de Palestijnen doen er alles aan om de wereldopinie op hun hand te krijgen. Er wordt opzettelijk gelogen, er wordt bewust overdreven. Sommige Arabische en Palestijnse leiders spreken met dubbele tong: in het Engels spreken ze woorden met een heel andere intentie dan (soms direct erna) in het Arabisch. De wereld besteedt er weinig aandacht aan. Ook allerlei andere belanghebbenden leveren inspanningen om de wereldopinie via hun propagandamachines te beïnvloeden. De krachtige bemoeienis van omstanders – vooral in de islamitische en de christelijke wereld – veroorzaakt een constante stroom nieuwe conflictstof. Zo komen er in het Westen boeken op de markt waarin de Israëlische agressie fel veroordeeld wordt. In sommige ervan wordt aan de Palestijnse agressie geen enkele aandacht besteed. Zionistische lectuur verheerlijkt het Israëlische standpunt. Overigens komt ook van joodse schrijvers een stroom antizionistische lectuur op de markt. In de Arabische wereld verschijnen antisemitische boeken en films.

Slachtoffers

Onder de Israëlische burgerbevolking vallen veel slachtoffers. Volgens Palestijnse strijders zijn Israëlische burgers niet onschuldig, immers, iedere Jood is een potentiële soldaat. Daarmee lijkt hun terreur op verzet. Onder de Palestijnen vallen meer doden en gewonden. De islamitische propaganda doet zijn werk. Veel Palestijnse slachtoffers sterven vrijwillig: ze zien hun dood als een groot goed. Ze zijn er bewust op uit tot martelaar te worden verheven. Ze houden zich niet aan de regels van het oorlogsrecht. Getroffen worden in de Jihad – het gevecht met de ongelovigen – is een eer. Ze zijn niet als soldaat herkenbaar (gekleed). Ze vechten vanuit posities midden tussen burgers en zijn niet van burgers te onderscheiden. De manier van vechten strookt niet met de Conventies van Genève. Hetzelfde geldt overigens voor sommige onderdelen van de Israëlische aanpak. De ‘militanten’ zijn meestal onvoldoende getraind. Ze hebben, zelfmoordenaars uitgezonderd, vaak geen schijn van kans tegen het geoefende, ‘geregelde’ leger van hun tegenstander. Het verklaart dat de aantallen Palestijnse slachtoffers groter zijn dan die van Israël. Islamcritici noemen het een ‘doodscultuur’.

Proportie

De aantallen slachtoffers zijn een bron van overdrijving en zelfs leugens. Beide partijen houden lijsten van slachtoffers bij – op internet gemakkelijk te vinden. De genoemde aantallen kloppen soms niet met die op de lijsten. De internationale pers neemt bewijsbare onjuistheden over. Aan Israëlische kant wordt na acties betoogd dat men meer ‘eigen’ slachtoffers had kunnen voorkomen als er minder zorgvuldig opgetreden was. Gedoeld wordt dan op de mogelijkheid van zware bombardementen, “zoals Amerika doet”. Leiders van Palestijnse terreurorganisaties worden zonder vorm van proces geliquideerd. Geregeld kost dat onschuldige omstanders het leven. Anti-Palestijnse bronnen betogen dat het bij Israëlisch acties om ongewenste randschade (‘collateral damage’) gaat, terwijl de Palestijnen bewust uit zijn op het doden van onschuldige burgers.

De internationale pers besteedt veel aandacht aan de aantallen slachtoffers. Zowel partijen als omstanders verschillen heftig van mening over de verdeling tussen onschuldige burgers en terroristen (of: militanten, of verzetsstrijders, afhankelijk van de bron). Intussen vallen in andere landen slachtoffers in aantallen die vele malen groter zijn. Voorbeelden: Congo, Soedan (Darfoer), Somalië, Irak, Sri Lanka, Iran, Oost-Borneo, Tibet, Nepal, Tsjetsjenië, Koerdistan, Kasjmir, etc. Voor die doden is om onduidelijke redenen belangrijk minder aandacht. Israël wordt vaak beschuldigd van buitenproportioneel reageren op vijandelijke acties. In het Westen lijkt proportioneel (leren) denken over menselijk leed steeds meer in de aandacht te komen.

Hamas-logo

Logo van Hamas

Hamas wordt gezien als een extremistische islamitische terreurbeweging, die zich fel verzet tegen het bestaan van Israël. In haar handvest verklaart Hamas ook het Westen tot vijand. Sinds 2006 heeft Hamas de macht in de Gazastrook. Bij Israëlische aanvallen op de beweging – als antwoord op raketten van Hamas en verwante groepen – zijn duizenden mensen omgekomen: zowel burgers als strijders voor Hamas, Islamitische Jihad, e.d. (2008/2009, 2012, 2014). Het ‘disproportionele’ ingrijpen kost Israël sympathie, ook in het Westen.

Uit balans

De kern van het probleem lijkt zowel onvermogen als onwil om samen een vreedzame samenleving op te bouwen. Het wordt vooral veroorzaakt door de agressie en onwil van politieke of religieuze extremisten, 20-30% van de bevolking, aan beide kanten. Veel Palestijnen zijn opgevoed in een sfeer van haat en agressie tegen de Joden. Joodse kolonisten maken Palestijnen het leven onmogelijk. Beide partijen zijn religieus geïnspireerd. De meeste bronnen gaan er vanuit dat tussen de 70 en 80% van beide partijen in principe tot vreedzame co-existentie bereid is. De ‘extremisten’ denken nog steeds voordeel te behalen uit gewapend geweld. Partijen zien de redelijkheid van elkaars eisen nog niet in. Politiek en militair evenwicht zijn ver te zoeken.

Buitenlandse invloed

USA vlag

De Verenigde Staten van Amerika: grote beschermheer van Israël. Hoe lang nog?

De invloed van buitenlandse belanghebbenden staat een oplossing in de weg. Niet alleen de VN, de USA en Europa, maar ook landen als Egypte, Jordanië, Saoedi-Arabië, Iran, Irak, Syrië en Libanon (Hezbollah) houden zich intensief met het conflict bezig. De bemoeienis lijkt disproportioneel. Andere conflicten, met veel meer slachtoffers, voornamelijk in de islamitische wereld, woekeren onbelemmerd verder. Grootmachten lijken hun macht en invloed niet te gebruiken om vrede en het afzweren van geweld af te dwingen. De verantwoordelijkheid voor de Palestijnse ellende kan niet alleen aan Israël en het Westen worden toegeschoven. Bij omringende landen als Jordanië (80% van het oorspronkelijke Palestina), Egypte, Libanon en Syrië valt nauwelijks serieuze bereidheid vast te stellen om daadwerkelijke hulp, integratie en onderdak te bieden. Palestijnse Arabieren die in 1948 of 1967 naar omringende landen zijn gevlucht wonen nog vandaag in armoede, opgeborgen in vluchtelingenkampen, met nauwelijks kans op werk of acceptatie.

Oplossing nog niet in zicht

Een samenvatting van de conflictstof lijkt niet zinvol zonder een overzicht te geven van de vele (deel-) oplossingen die in de loop der jaren zijn ontwikkeld. Steeds weer ontstaat er hoop in de harten van miljoenen mensen als het erop lijkt dat partijen tot elkaar gekomen zijn. Steeds weer strandt de zo begeerde vrede op onwil en onmacht van zowel leiders als achterban.

 

Palestina

Veel bronnen wijzen als oorzaak van alle ellende naar de ‘bezetting’. Andere onderbouwen dat wederzijds geweld, meestal begonnen door Arabieren, ook vóór de bezetting schering en inslag was. En dat geen sprake is van bezetting maar dat het om ‘betwiste gebieden’ gaat. Waarover in opdracht van de VN (resolutie 242) onderhandeld moet worden.


Gerelateerde Berichten