Sprekers voor God.
Waarschuwen als God boos is op Zijn volk Israël.
Of op andere volken.

 

Jodendom

In de context van de Bijbel gaat het om een reeks boeken waarin Israëlitische profeten optreden als woordvoerder voor de God van Israël. Ze waarschuwen voor rampen en doen uitspraken over het lot van de het volk Israël en de buurlanden. De opvatting dat profeten als voornaamste taak hadden de toekomst te voorspellen, is dus onjuist. Op sommige Bijbelplaatsen is sprake van ‘zieners‘ en ‘mannen Gods’.

De meeste Bijbelse profeten treden op vanaf de totstandkoming van de koninkrijken van David en Salomo tot de verwoesting van de tempel in Jeruzalem. Het is het begin van de Babylonische ballingschap (538 v. Chr.). Het gezamenlijke kenmerk van de boodschap van de Joodse profeten is de oproep tot het streven naar humaniteit en sociale gerechtigheid. De profeten brengen – meestal onplezierige – boodschappen van God aan het volk over. Gewoonlijk houden die ernstige kritiek in op de levensstijl van de koningen, bestuurders en volk. De teksten van oudtestamentische profeten worden in Israël door sommige fundamentalistische groeperingen gebruikt om het Joodse eigendomsrecht op het beloofde land aan te tonen.

Nepprofeten

Het jodendom kent ook een serie valse profeten. Ze manifesteren zich al in het Oude Testament, maar vooral in de periode na Christus. Hun reputatie van Maschiach (Messias, Verlosser) kunnen ze niet waarmaken. Dat leidt onder het joodse volk in de diaspora bij herhaling tot heftige teleurstelling.

Voor het Arabisch-Israëlisch conflict zijn vooral Ezechiël en Joël van belang. Hun teksten over de landbelofte, de terugkeer van het volk naar het door God aan Abraham beloofde land, worden nog dagelijks aangehaald om de claim op het land te onderbouwen.

Christendom

Jezus was volgens de joden een onruststoker. De islam erkent hem wel, maar alleen als menselijke – dus niet door God gestuurde – profeet. Christenen geloven in Jezus als hun van God gezonden Zoon en Verlosser (Christus, Messias). Hij is tussen jodendom, islam en christendom nog steeds een bron van strijd. Jezus is – met Paulus – de stichter van het christendom. Het joodse volk wijst hem af. Hij waarschuwt in de evangelies uitdrukkelijk voor valse profeten.

Islam

De Koran rekent Abraham, Mozes, David en Jezus tot de profeten. Echter, de grootste van allemaal – en tevens de laatste, is Mohammed. Hij treedt op circa 600 na Christus. Hij stelt dat zowel joden als christenen de woorden van profeten en andere Bijbelschrijvers hebben vervalst. Zowel de joden als de christenen wijzen hem als profeet af.

 

Groot en Klein
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de bijbelse (boeken van) profeten:
er zijn Grote en Kleine.
De Grote Vier zijn Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël.
De Kleine Twaalf: Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Zefanja, Haggai, Zacharia en Maleachi.Andere profeten
Mensen die boodschappen van God doorkrijgen (en doorgeven):
Abraham, Mozes, Jozua, Samuël, Gideon, Simson, Elia en Elisa.Mannelijk en vrouwelijk
Ook noemt de Bijbel vrouwelijke profeten (profetessen): in de Hebreeuwse Bijbel (het O.T.) Mirjam (zuster van Mozes), Debora, Chulda en Hanna.
Het N.T. noemt de vier dochters van evangelist Philippus. Paulus schrijft over profetessen als het om het bedekken van het hoofd gaat tijdens het profeteren.

 

Beoordeel dit artikel

Gerelateerde Berichten