De godsdienstvorm monotheïsme heeft als kenmerk dat slechts één god wordt aanbeden. Tegenhanger is het polytheïsme, waarbinnen altijd sprake is van meerdere goden. Monotheïsme is niet hetzelfde als monolatrie. Daarbij is sprake van meerdere goden, maar men aanbidt er slechts één. De drie belangrijkste monotheïstische godsdiensten zijn het jodendom, het christendom en de islam.

Het monotheïsme is ontstaan in het gebied tussen Perzië en Egypte. Verschillende Bijbelverhalen vertonen overeenkomsten met verhalen uit de tijd vóór het monotheïsme in dat gebied. In het Egypte onder Amenhotep IV (1391-1353 v. Chr.), die ook bekend is onder de naam Echnaton, is voor het eerst sprake van een monotheïstische godsdienst, als de farao besluit slechts één enkele god, de zonnegod, te accepteren. Onder zijn kleinzoon Toetanchamon wordt deze godsdienst al snel weer afgeschaft. In kleine kring blijft het monotheïsme in deze vorm wel voortbestaan.

Rond deze tijd heeft waarschijnlijk ook de vlucht van Mozes uit het hof van de Farao plaatsgevonden: een belangrijke gebeurtenis in de ontwikkeling van het monotheïsme.

De basis voor het moderne monotheïsme wordt volgens de Bijbelse geschiedenis gelegd door de joodse priester Ezra in Babylonië. Door zijn toedoen verandert de god van een aantal woestijnstammen in de Schepper van hemel en aarde en de God van de wereld. Ezra schrijft verschillende boeken, sommige in samenwerking met anderen, en uiteindelijk wordt de Thora verplicht voor alle erkende joodse bewoners van de Perzische provincie Palestina.

Sommige geleerden hebben een andere mening. Zij menen dat het instellen van het monotheïsme te maken had met belastinginning. Er werden verschillende goden in verschillende tempels aanbeden en tempels waren op dat moment de centra voor belastinginning. Priesters waren het hier niet meer eens en riepen op tot het aanbidden van één en dezelfde god, zodat het geld niet langer gedeeld hoefde te worden.

Op die manier krijgt de ééngods godsdienstvoor het eerst vorm, maar het blijft een plaatselijke aangelegenheid.

De religie van Zarathustra beheerst op dat moment het Midden-Oosten en in deze regio komt een algemeen monotheïsme pas op met de komst van de islam, vele eeuwen later.

Wel direct met deze ontwikkelingen verbonden is de joodse religie. Daarmee is deze de eerste monotheïstische godsdienst. Uit het jodendom komt aan het begin van onze jaartelling het christendom voort. Het christendom is de grootste monotheïstische godsdienst. De religie is gebaseerd op de leer van de joodse rabbijn Jezus Christus. De God in het christendom bestaat uit drie personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Niet-christenen betwisten dat dat mogelijk is. Het christendom verspreidt zich snel in Europa nadat de Romeinse keizer Constantijn zich ertoe bekeert. De islam, de tweede wereldgodsdienst, wijst de christelijke drie-eenheid fel af.

Volgens sommige geleerden is het verlangen naar de aanbidding van slechts één enkele god een karaktereigenschap van de mens. Zij menen dat ook in polytheïstische godsdiensten monotheïstische elementen zijn waar te nemen.

 


Gerelateerde Berichten