Grondlegger van de islam.

(570-632 na Chr.)

Stichter en Grote Profeet van de islam.

 

Profetische opdracht

Mohammed is de zoon van een koopman. Hij is geboren in Mekka in 570 n. Chr. In 576 overlijdt zijn moeder. Hij ontwikkelt zich tot profeet, met als opdracht de leer van Allah te verbreiden. Hij begint in zijn geboorteplaats te preken als hij 40 jaar is. Mohammed beschouwt zichzelf als een directe afstammeling van Ismaël, de zoon van Abraham. Hij meent dat in het Oude Testament van de Bijbel niet alleen de komst van Jezus maar ook die van hem zelf is voorspeld.

Goddelijk dictaat

De aartsengel Gabriël dicteert hem in de loop van de volgende 23 jaar – vanaf 610; bij stukjes en beetjes en met onderbrekingen – de Koran.
Zijn eerste bekeerlingen zijn vrouwen; volgens veel deskundigen wil hij hun emancipatie bevorderen. Zijn stamgenoten, de polytheïstische Arabieren, zijn hem aanvankelijk vijandig gezind.

Startpunt jaartelling

Hij vlucht (volgens sommige islamdeskundigen is het geen vlucht maar een vrijwillige verhuizing) in 622 van Mekka naar Jathrib, dat later Medina gaat heten. Vanaf dit moment begint de islamitische jaartelling.

Mohammed en de joden

In Medina komt hij in contact met de daar wonende joden, bij wie hij aansluiting zoekt vanwege zijn geloof in de gemeenschappelijke traditie. Zij wijzen hem af en maken hem attent maken op het verschil tussen de tekst van de Bijbel en die van zijn openbaringen. Mohammed concludeert dat joden en christenen hun heilige boeken hebben vervalst en hun oorspronkelijke godsdienst ontrouw zijn geworden. Daarna keert hij zich van hen af en gaat meer de nadruk leggen op het eigen Arabische karakter van zijn nieuwe geloof, de islam. Volgens de traditie komt daar militair geweld aan te pas: veel joodse mannen komen om en hun vrouwen en kinderen worden als slaaf verkocht.

Strijd

Mohammed is niet alleen profeet. Hij voert – in tegenstelling met de stichter van het christendom, Jezus – ook militaire actie. Zowel joden als weigerachtige Arabische stammen worden met de wapens onderworpen. Belangrijkste veldslagen: in 624 de Slag van Badr, in 625 die van Oehoed en in 627 de Slag van de Loopgraaf. In 630 belegert en verovert hij Mekka.

Mohammed en het huwelijk

Over zijn vele huwelijken zijn ontelbare commentaren geschreven. Als hij 25 jaar oud is trouwt hij met zijn vijftien jaar oudere werkgeefster Sjadidja (of Chadidja, Chadiedja). Zij is de eerste die in zijn goddelijke missie gelooft. Tot haar overlijden in 618 blijft ze zijn enige vrouw. Daarna trouwt hij met nog een twaalftal andere vrouwen. Zijn lievelingsvrouw is Aishja (of Aisja, Aisha), met wie hij trouwt als ze negen jaar is. Hij overlijdt op 8 juni 632 in Medina, in de armen van zijn geliefde Aishja. Zijn schoonvader (vader van Aishja) Aboe Bakr volgt hem op. Op de plaats in die stad waar hij vermoedelijk is begraven hebben zijn volgelingen een grote moskee gebouwd, die jaarlijks door enorme aantallen moslims bezocht wordt.

Afsplitsing

Na zijn dood ontstaat onenigheid over wie zijn opvolger zal worden. Er ontstaan twee geloofsrichtingen (groeperingen):
1. Soennieten. De grote meerderheid van de moslims gaat uit van ‘democratisch’ leiderschap. Elke gelovige is gelijk tegenover God. De eerste leider van deze beweging is Abu Bakr. De Soennieten leven naar de Soenna, Mohámmed´s aanwijzingen naast de Koran.
2. Sjiieten. Verzamelnaam voor allerlei sekten, die als gemeenschappelijk uitgangspunt de opvatting hebben dat de rechtmatige opvolger van Mohámmed Alî ibn Abî Tãlib is. Mohámmed zou gewild hebben dat zijn schoonzoon en neef hem zou opvolgen. Het sji’itische geloof is gemakkelijk herkenbaar aan de imam. Uit Mohámmeds familie zijn de ‘onfeilbare’ imams voortgekomen, die met een door God gegeven autoritair leiderschap de gemeenschap dienen te besturen. De imam is hun kalief, die een goddelijke opdracht heeft. Sommigen zien hem als drager van het Goddelijk Licht.

Dodelijk conflict

Tussen beide groepen is er vanaf het begin vaak strijd, zowel over politieke als over religieuze onderwerpen, en dat is vandaag niet anders. Gewelddadige conflicten tussen de twee stromingen zijn aan de orde van de dag, met tienduizenden doden als gevolg. In Irak dreigt na de val van Saddam Hoessein zelfs tussen beide richtingen een burgeroorlog. Partijen vernietigen elkaars religieuze gebouwen. Met uiterst gewelddadige (zelfmoord-) aanslagen proberen soennieten (aan de macht tijdens de dictatuur van Saddam Hoessein) te voorkomen dat de sjiieten bestuurlijke verantwoordelijkheid, zoals politie- en bewakingsdiensten, in handen krijgen.

Niet Mohammed maar Allah

Mohámmeds aanhangers wijzen de betiteling ‘mohámmedaan’ af, omdat daardoor aan de mens Mohámmed een te centrale plaats wordt toegekend. Men verwijst liever naar het goddelijke van Allah en geeft daarom – met een verwijzing naar de plicht tot overgave – de voorkeur aan de aanduiding moslim (moderne aanpassing van het verouderde woord muzelman) of ‘islamiet’ (aanhanger van de islam).

 


Gerelateerde Berichten