Omstreden Bijbeltekst. Leidt tot haat, vervolging en moord.

Mattheus 27 vers 25: de nieuwtestamentische Bijbeltekst die de verantwoordelijk voor de kruisiging van Jezus bij “heel het volk” van de Joden legt. De tekst leidt in de christelijke wereld eeuwenlang tot even onredelijke als rampzalige jodenhaat. De tekst geeft christenen het vermeende recht, alle opeenvolgende generaties Joden de schuld te geven voor de kruisiging van Jezus. Gevolg: miljoenen doden. Discriminatie, vervolging, pogroms, holocaust (shoah).

Mattheus 27, NBV:

11 Toen Jezus voor de prefect stond, stelde deze hem de vraag: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus zei: ‘U zegt het.’

12 Maar op de beschuldigingen die de hogepriesters en oudsten tegen hem inbrachten, antwoordde hij niet één keer.

13 Daarop zei Pilatus tegen hem: ‘Hoort u niet wat deze getuigen allemaal tegen u inbrengen?’

14 Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat de prefect zeer verwonderde.

15 Nu had de prefect de gewoonte om op elk pesachfeest één gevangene vrij te laten, en die door het volk te laten kiezen.

16 Er zat toen een beruchte gevangene vast, die Jezus Barabbas genoemd werd.

17 En dus vroeg Pilatus hun, toen ze daar waren samengestroomd: ‘Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die de messias wordt genoemd?’

18 Hij wist namelijk dat ze hem uit afgunst hadden uitgeleverd.

19 Terwijl hij op de rechterstoel zat, werd hem een boodschap van zijn vrouw gebracht: ‘Laat je niet in met die rechtvaardige! Om hem heb ik namelijk vannacht in een droom veel moeten doorstaan.’

20 Ondertussen haalden de hogepriesters en de oudsten het volk over: ze moesten om Barabbas vragen, en Jezus laten doden.

21 Weer nam de prefect het woord en hij vroeg opnieuw: ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ ‘Barabbas!’ riepen ze.

22 Pilatus vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis met hem!’

23 Hij vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Aan het kruis met hem!’

24 Toen Pilatus inzag dat zijn tussenkomst nergens toe leidde, dat het er integendeel naar uitzag dat men in opstand zou komen, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen.’

25 En heel het volk antwoordde: ‘Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen!’

26 Daarop liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen.

27 De soldaten van de prefect namen Jezus mee naar het pretorium en verzamelden de hele cohort om hem heen.

28 Ze kleedden hem uit en deden hem een scharlakenrode mantel om,

29 ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning van de Joden, ‘

30 en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd.

31 Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem de mantel uit, deden hem zijn kleren weer aan en leidden hem weg om hem te kruisigen.

De tekst van de Statenvertaling luidt: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!”. Volgens sommige commentatoren was de tekst alleen maar bedoeld om de Romeinse bezetter wat milder te stemmen tegenover de christenen. Wellicht heeft de evangelist – volgens andere bijbelkenners – de gevolgen van zijn ‘citaat’ niet overzien. Nog weer anderen benadrukken dat het met de communicatietechnieken van destijds onmogelijk is dat alle Joden (ook die in Babylon, in Alexandrië, in andere steden in Israël) de uitroep hebben gedaan. “Heel het volk” is in hun ogen een opzettelijke poging tot haatzaaien. Liberale denkers vragen zich af hoe redelijk het is, alle generaties Joden na Jezus de verantwoordelijkheid voor de kruisiging in de schoenen te blijven schuiven. In geen enkele vergelijkbare situatie houdt de overerving van de schuldkwestie stand. De meeste kerkleiders – zowel katholieke als protestante – blijven er, ook na het dieptepunt in de jodenhaat, de de Shoah of Holocaust(1933-1945), onduidelijk over. In Frankrijk, in Nederland en in de Scandinavische landen wagen enkele kerkleiders het erop, de correctheid van de tekst in twijfel te trekken. De tekst blijft tot op vandaag de belangrijkste legitimatie voor christelijke Jodenhaat, omdat “ze” de Messias niet alleen nog steeds afwijzen maar hem ook – 2.000 jaar geleden – hebben vermoord.


 

Beoordeel dit artikel

Gerelateerde Berichten