Izaäk

Tweede aartsvader. Zoon van aartsvader Abraham en zijn vrouw Sara. Vader van Ezau en Jakob. Bijna dodelijk slachtoffer van een geloofstest.

 

Een engel voorkomt dat Abraham zijn zoon Izaäk offert. Olieverfschilderij van Rembrandt Harmensz. van Rijn; schilder, tekenaar en etser, 1606 - 1669.

Een engel voorkomt dat Abraham zijn zoon Izaäk offert. Olieverfschilderij van Rembrandt Harmensz. van Rijn; schilder, tekenaar en etser, 1606 – 1669.

 

(of: Izak, Izaak, Isaac (E.), Yitzchak, Jitschak (Hebr.), Ishâq (Arab.)

Aartsvader Abraham en zijn vrouw Sara kunnen lange tijd geen kinderen krijgen. God belooft dat een zoon geboren zal worden en dat deze aan het begin zal staan van het volk van Israël. Als door een wonder wordt Izaäk geboren. Abraham is dan honderd jaar oud is en Sara negentig.

Volgens het bijbelverhaal (zie Genesis 22) geeft God Abraham de opdracht zijn zoon Izaäk te offeren om daarmee zijn geloofstrouw te bewijzen. Abraham toont zich er inderdaad toe bereid, maar op het moment dat hij daadwerkelijk tot slachting overgaat weerhoudt een engel hem hiervan (Genesis 22:11). In plaats van Izaak wordt een ram geofferd. Het verhaal heeft in de joodse traditie een speciale naam: Akeida (of voluit: Akeidat Yitzchak).

Dit is het verhaal zoals joden en christenen het geloven. De islam kent hetzelfde verhaal maar met een niet onbelangrijke aanpassing. Moslims wordt geleerd dat Abraham niet zijn jongste zoon Izaäk moest offeren, maar Ismaël, zijn oudste zoon. Volgens de islamitische traditie hebben joden en christenen met deze en andere Bijbelteksten ‘geknoeid’. Deze Ismaël is niet de zoon van Sara, maar van Abrahams bijvrouw of slavin Hagar. Joden en christenen beschouwen Izaäk als de stamvader van het Israëlische of joodse volk. Moslims zien zichzelf als afstammelingen van Ismaël.

Op zijn veertigste trouwt Izaäk met Rebekka. Na twintig jaar huwelijk krijgen zij twee zonen, een tweeling, de ‘eerstgeboren’ Ezau en de jongere Jakob (of: Jacob), die later door God Israël genoemd zal worden. Izaak sterft in Hebron als hij 180 jaar oud is.

Een opmerkelijk bijbelverhaal is de manier waarop Izaäk’s zoon Jakob de enige erfgenaam van Izaäk’s bezittingen wordt. Dat gaat gepaard met bedrog: via een slimmigheidje ten koste van oudere broer Ezau (of: Esau). Die had het ‘eerstgeboorterecht’ (‘eerstgeborenenrecht’), het recht van de oudste zoon op het bezit van de vader. Jakob vermomt zich als zijn broer (Genesis 27).

Sommige commentatoren noemen het bijna-offer van Izaäk een van de wreedste verhalen uit de bijbel. Zij vinden het onaanvaardbaar dat een god aan een liefhebbende vader vraagt of hij zijn kind wil doden, alleen maar om zijn liefde voor die god te testen. “God is toch alwetend, hij weet toch alles van tevoren? Dan wist Hij toch ook hoe Abraham in elkaar stak?”
Miljoenen gelovigen zien er juist de liefde van God in. “Hij voorkwam het offer toch op het laatste moment? Mag God misschien even controleren of een mens met wie Hij zulke wereldomvattende plannen heeft, die taak wel áánkan?”

In de moslimwereld is het (Abrahams) Offerfeest ieder jaar opnieuw een belangrijk religieus hoogtepunt. In de joodse en christelijke wereld niet. Sommige moslims voeren dat aan als bewijs voor hun stelling dat joden en christenen heel goed weten dat het niet om Izaäk maar om Ismaël ging.

In de Joodse wereld krijgen nog dagelijks veel jongens de Hebreeuwse naam Yitzchak. Ook de namen Abraham (Avraham) en Jakob (Yakov) horen bij de meest voorkomende jongensnamen. In de christelijke wereld zijn de namen Abraham en Jacob (maar dan afgeleid van de nieuwtestamentische Jacobus) tamelijk populair; de naam Izaäk nauwelijks. Bij de moslims wordt hoofdzakelijk naar Abraham (Ibrahim) vernoemd.

 


Gerelateerde Berichten