Term die orthodoxe joden gebruiken om God aan te duiden.

 

Binnen de orthodoxe joodse religie is de naam van God zo heilig, dat het noemen ervan ten strengste verboden is. Door het gebruik van de term HaShem tonen joden respect voor God, omdat zij zijn naam niet maar te pas en te onpas gebruiken, maar alleen in gebeden.

Het Hebreeuwse woord HaShem vervangt ‘Adonai’ (God) en betekent letterlijk ‘de naam’. Ook wanneer gebeden worden uitgesproken gebruiken orthodoxe joden liever HaShem voor God dan Adonai. Joden schrijven het woord God uit eerbied ook niet voluit, maar G-d of G´d.

Aanduidingen die uit de christelijke traditie stammen, zoals JHWH en Jahweh, zijn voor orthodoxe joden taboe. Vanzelfsprekend is de naam van God verkeerd gebruiken, dat wil zeggen vloeken of de naam in een ander verband in negatieve of spottende zin noemen, ook verboden. Hetzelfde geldt voor christenen en moslims.

Het joodse verbod contrasteert sterk met de islamitische en christelijke traditie. Beide tradities negeren het. Zowel christenen als moslims spreken de naam van God, Jezus en Allah vrijelijk uit, zonder enige terughoudendheid. Vanaf de kansel en thuis, tijdens preek en gebed, in gesprekken en in de moskee, zelfs via luidsprekers, in de hele stad of dorp te horen. Moslims roepen ten minste vijf keer per dag zonder schroom en vaak hardop Allah’s naam aan: Allah-oe-akhbar.

 

Beoordeel dit artikel

Gerelateerde Berichten