1917

Brits politicus. Auteur van een omstreden brief over een Joods Nationaal Tehuis in Palestina. De inhoud wekt verwachting en hoop op veiligheid in de harten van vervolgde Joden in heel Europa. Volgens critici heeft de brief een antisemitische achtergrond. Met grote gevolgen voor Arabische inwoners van Palestina. En voor Joodse gemeenschappen, in zowel Europa als Palestina.

Arthur James Balfour (1848-1930) was de zoon van een Schotse landeigenaar. In 1874 kozen de Conservatieven hem als parlementslid. Ierse nationalisten noemden hem vanwege zijn meedogenloze houding ‘bloody Balfour’.

Van 1902 tot 1905 trad hij aan als eerste minister van het Verenigd Koninkrijk. In 1911 trok hij zich uit de partijleiding terug. Van 1916 tot 1919 was hij minister van Buitenlandse Zaken. Balfour was betrokken bij de beruchte Aliens Act (om Joodse immigratie in te dammen; 2005) en de vredesonderhandelingen na WO1, die uitmondden in de Vrede van Versailles. Hij heeft diverse publicaties over filosofie op zijn naam staan.
Op 2 november 1917 richtte hij een – veel aangehaalde en fel omstreden – brief aan de voorzitter van de Zionistische Wereldfederatie. Nog vandaag leidt de brief tot misverstanden tussen voor- en tegenstanders van de Joodse immigratie naar Palestina. Voor de zionisten is de brief van de Britse regering de felbegeerde legitimatie om de terugkeer naar het Beloofde Land met nieuw enthousiasme voort te zetten. Volgens critici vormt de brief een bewijs voor de dubbelhartige Midden-Oostenpolitiek van het Verenigd Koninkrijk.

In de brief wordt niet gesproken over een eigen land voor de Joden, maar over een nationaal tehuis (home). Balfour stelt dat de rechten van de niet-Joodse gemeenschappen in Palestina moeten worden gerespecteerd. De brief bevat dus geen legitimatie om op Palestijns grondgebied een exclusief Joodse staat op te richten en de Palestijnse inwoners te verdrijven. Dat dit in 1947/1948 toch gebeurt, wijten verdedigers van Israël aan de Arabieren, die na een splitsingsvoorstel van de V.N. een oorlog begonnen. Evenmin blijkt uit Balfour’s brief goedkeuring voor de verdrijving van Joodse inwoners uit andere landen.
Voor zover de brief als toezegging kan worden gezien zullen latere Britse regeringen zich in Palestina nog dubbelhartiger opstellen. Aan Joodse immigratie zullen – midden in de periode van Jodenvervolging in nazi-Duitsland – uiterst strenge restricties worden gesteld, terwijl Arabische onbelemmerd mag doorgaan. Historici noemen als redenen onder meer dat de Britten de Arabieren te vriend wilden houden vanwege a) het groeiende belang van het zwarte goud, de olie, waar de Britse industrie enorme behoefte aan had, en b) het streven de Arabieren aan Britse zijde te houden in de oorlog tegen nazi-Duitsland.

 

Geachte Lord Rotschild,

Met groot genoegen zend ik U

Namens Zijne Majesteits regering de volgende verklaring van sympathie met het Joodse zionistische streven.

Ze werd het kabinet voorgelegd en door het kabinet goedgekeurd.

Zijner Majesteits regering staat welwillend tegenover de oprichting van een nationaal tehuis voor het Joodse volk in Palestina en zal zich de grootste inspanningen getroosten om het bereiken van dat doel te vergemakkelijken, waarbij vanzelfsprekend niets gedaan kan worden dat aan de maatschappelijke en godsdienstige rechten van niet-Joodse gemeenschappen in Palestina of aan de rechten van de Joden als burgers van andere landen afbreuk zou kunnen doen.

Ik ben u erkentelijk wanneer u deze verklaring ter kennis wilt brengen van de Zionistische Federatie.

Hoogachtend,

Arthur James Balfour


 

Ingezonden brief

Heren/dames,

Hier mijn reactie over de Balfour Verklaring, die in mijn optiek een beetje te summier wordt behandeld op de site:

Vaak wordt er verwezen naar de Balfour verklaring uit 1917 als het gaat om het conflict rond Israël/Palestine. Degenen, die er naar verwijzen, hebben die verklaring bijna nooit zelf gelezen. Daarom zal ik die verklaring hieronder neerzetten met vervolgens mijn commentaar erbij:

Mijn commentaar:

– Als je de originele tekst ziet dan lijkt het erop, of de datum er met een andere typemachine wat slordig boven is gezet. Degenen, die dat willen controleren kunnen bij google terecht.

– Het briefje is verrassend kort.

– Als herkomst staat qua adressering alleen Foreign Office vermeld, geen verdere adressering, wat gezien het vermeende belang toch zeker verwacht kon worden.

– Het briefje is ook niet gericht aan aan bepaalde organisatie, zoals een organisatie van zionisten bijvoorbeeld, maar aan een privepersoon Lord Rothschild, die ook niet wordt opgevoerd als iemand met een bepaalde functie binnen een organisatie.

– De inhoud van het briefje doet niet zakelijk aan, het heeft de sfeer van een privebriefje van de privepersoon Balfour aan de privepersoon Rothschild en sluit ook af op een wijze, zoals je dat in een privebriefje mag verwachten.

– Onder het briefje staat alleen de naam van Balfour, zonder een titel of functieaanduiding en zonder vermelding, dat hij zou spreken namens een bepaald orgaan, zoals bijvoorbeeld de regering. Ook dat onderstreept het informele karakter.

– Het oogt dus niet als een officieel document en al helemaal dus niet als een belangrijk officieel document, welke betekenis men er naderhand wel aan is gaan toekennen.

– Het eerste alinea’tje geeft aan aan dat het alleen om een verklaring van sympathie voor de Joodse zionistische aspiraties gaat, niet meer dan vage steun dus.

– Ook in het tweede alinea’tje niet meer dan vage steun, waarbij men de vestiging van een national home gunstig gezind is en men zijn best zal doen om dat mogelijk te maken. Tegelijk worden daarbij dan ook nog eens belangrijke beperkende voorwaarden gesteld, nl. dat duidelijk moet worden begrepen, dat er niets gedaan zal mogen worden, wat mogelijk de civiele en religieuze rechten van de bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina zal schaden.

Eindconclusie:

De waarde, die men naderhand aan die “verklaring” is gaan toekennen en de interpretatie, die men naderhand aan de tekst is gaan toekennen, stroken in het geheel niet met de vorm en de inhoud ervan.

mr.drs. J.J. v.d. Gulik 

Andijk, 16 februari 2007

Balfourverklaring tekst

 

 

Beoordeel dit artikel

Gerelateerde Berichten